Groningen, Der Aa-kerk

Ingebruikneming: 14 oktober 2011

 
Koppel rugpositief-hoofdwerk
Koppel hoofdwerk-bovenwerk
Koppel pedaal-rugpositief
Tremulant bovenwerk (R)
Vier afsluiters
Calcante klok
 
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: ruim 3/4 boven normaal
Winddruk: 82 mm
 
M: Andreas de Mare, Hendrick Harmens van Loon  (circa 1678)
S: Arp Schnitger, 1702
T: Johannes Wilhelmus Timpe, 1831
O: Petrus van Oeckelen, 1857
D: Jan en Klaas Doornbos, 1920, 1924, 1928, 1935, 1939, 1946, 1952
R: Reil, 2011
 
Het huidige hoofdorgel van de Der Aa-kerk werd oorspronkelijk gebouwd voor de Academiekerk. Deze kerk, van oorsprong behorend tot het Minderbroedersklooster en vanafl 1614 ressorterend onder de Academie (universiteit), bezat een orgel dat tussen 1672 en 1679 gebouwd was door Hendrick Harmens van Loon en Andreas de Mare. Laatstgenoemde vervaardigde in ieder geval het pijpwerk, Van Loon vermoedelijk de (meeste) overige delen. Reeds in 1696 blijkt het instrument onbespeelbaar en in 1699 bestelden de Curatoren een nieuw orgel bij Arp Schnitger in Hamburg. Allart Meijer vervaardigde de orgelkasten en de tribune. Schnitger maakte bij de bouw gebruik van veel pijpwerk uit het oude orgel. Het instrument kwam gereed in 1702 en bezat 34 registers verdeeld over drie klavieren en vrij pedaal. Albertus Anthoni Hinsz heeft in 1754 en/of in 1761 en ook in 1783/84 het orgel hersteld. In 1754 of 1761 werd onder meer een koppeling tussen hoofdwerk en rugpositief toegevoegd.
In 1815 werd het orgel overgebracht naar de Der Aa-kerk door de orgelbouwer J.W. Timpe. Bij die gelegenheid werd de onderbouw van de hoofdkast verbreed en maakte de beeldsnijder M. Walles nieuwe beelden. In 1831 heeft Timpe het borstwerk verwijderd en vervangen door een bovenwerk. In 1857/58 voerde Petrus van Oeckelen ingrijpende wijzigingen uit: hij vergrootte de dispositie, waartoe o.m. het hoofdwerk nieuwe windladen kreeg en het pedaal van aanvullingsladen in de onderkast werd voorzien. In 1893 kwam het orgel in onderhoud bij de firma Doornbos die tussen 1909 en 1952 diverse wijzigingen uitvoerde (onder meer een nieuwe windvoorziening en dispositie-retouches).
In 1977 werden belangrijke delen van het orgel in veiligheid gebracht vanwege acuut instortingsgevaar van het gebouw. In 1989/90 werd het instrument in de gerestaureerde kerk herplaatst door Orgelmakerij Gebr. Reil waarbij enkele onderdelen werden gerestaureerd.
Ten behoeve van een integrale restauratie werd het orgel in 1996 gedemonteerd. In 2010/11 werd het orgel conserverend gerestaureerd door Orgelmakerij Reil. Daarbij is de hoofdkast constructief versterkt. Windvoorziening, windladen, klaviatuur, mechanieken en pijpwerk werden behoedzaam hersteld. Adviseur bij deze werkzaamheden was Peter van Dijk. Medeleden van het team dat de werkzaamheden begeleidde waren Harald Vogel en Albert Gramsbergen.
 
De ingebruikneming heeft plaatsgevonden op vrijdag 14 oktober 2011. Tot en met 29 oktober 2011 is in de Der Aa-kerk het festival Schnitgers Droom. Meer informatie over dit festival vindt u op www.schnitgersdroom.nl.
 
Bron: Stichting Orgelconcerten Der Aa-kerk.

Dispositie


Hoofdwerk (C-c3)


Praestant 16' S/M
Bourdon 16' O
Octaaf 8' M
Holpijp 8' M
Salicionaal 8' O
Octaaf 4' M
Nachthoorn 4' O
Nasard 2 2/3' D
Octaaf 2' M/S
Cornet discant V O
Mixtuur III-V O/D
Trompet 16' O
Trompet 8' S

Bovenwerk (C-f3, pijpwerk tot c3)


Holfluit 8' T
Praestant 8' T
Viola di Gamba 8' T
Fluit 4' T
Octaaf 4' T/S
Fluit 2' T
Flageolet 1' D
Clarinet T/O

Rugpositief (CDEFGA-c3)


Praestant 8' S
Quintadena 16' S
Gedekt 8' S
Octaaf 4' M
Roerfluit 4' M
Gemshoorn 2' S
Sifflet 1 1/3' M/T
Scherp 4-5 S/T
Dulciaan 8' S
Trompet 8' T

Pedaal (C-d1)


Praestant 8' S
Bourdon 16' M
Subbas 16' O
Quint 10 2/3' O
Holpijp 8' O/D
Octaaf 4' M
Bazuin 16' R
Trompet 8' S
Trompet 4' S