bedrijfsfilosofie

Orgelmakerij Reil is gevestigd in Heerde, aan de noordoostelijke rand van de Veluwe. Oorspronkelijk was het bedrijf slechts een toeleverancier van ‘accessoires’ voor andere orgelmakers, maar al sinds 1938 worden er nieuwe, en steeds interessantere, orgels gebouwd. Sinds omstreeks 1970 restaureert Reil een groeiend aantal historische orgels, waaronder zeer grote en belangrijke. Daarnaast heeft het bedrijf een grote naam in de bouw van huisorgels en positieven. Twee kleinere collega-bedrijven, de firma’s Kramer in Boskoop en Leeflang in Apeldoorn, zijn in de loop der jaren in Orgelmakerij Reil opgenomen.


Alleen al in Nederland heeft het bedrijf meer dan 500 orgels in onderhoud, maar ook in Duitsland, Oostenrijk, Noorwegen en Japan zijn vele door Reil nieuw gebouwde of gerestaureerde orgels te bewonderen, alsook enkele in Canada en Nieuw Zeeland. Deze instrumenten worden door Reil onderhouden tijdens jaarlijkse stem- en onderhoudsreizen. Dit alles is tot stand gekomen dank zij een team van op dit moment 28 medewerkers, allemaal vakmensen, van wie de meesten binnen het bedrijf hun opleiding hebben gehad. Zij hebben ertoe bijgedragen dat Orgelmakerij Reil in 2009 in blakende gezondheid haar 75-jarig bestaan heeft kunnen vieren.
 
Voor de bouw van een orgel – ook wel ‘de koningin der muziekinstrumenten’ genoemd – komt erg veel kijken, van de keuze van de bomen die het hout moeten leveren tot en met de laatste finesses van intonatie en stemming. Een orgel van Reil is het resultaat van een ‘ambachtelijke’ manier van werken. Dat woord heeft helaas een ongunstige bijklank gekregen en wordt makkelijk opgevat als een dubieuze verkooptruc, vergelijkbaar met ‘groen’ of ‘duurzaam’. Wat er op deze plaats mee wordt bedoeld, heeft te maken met aandacht, vakmanschap en zorgvuldigheid, drie voorwaarden waaraan in alle fasen van het productieproces moet worden voldaan om uiteindelijk tot een kwalitatief goed resultaat te komen. ‘Ambachtelijk’ betekent dus niet dat bij Reil alles met de hand wordt gemaakt of dat er geen computers aan te pas mogen komen. Wie in het bedrijf rondloopt, kan niet anders dan onder de indruk komen van de geavanceerde gereedschappen en machines die er worden gebruikt voor de bewerking van alle materialen die in een orgel worden verwerkt. Ook de computer is bij Reil een belangrijk gereedschap geworden, zowel in de ontwerpfase als in het productieproces. Electronica om de windvoorziening optimaal te kunnen afregelen, wordt in Reil-orgels – nieuwbouw en zelfs restauratie – geregeld toegepast. Ieder nieuw te bouwen orgel heeft zijn eigen individuele program van eisen, maar rond een orgel dat gerestaureerd moet worden, wordt door Reil in de regel extra onderzoek gedaan, soms aanvullend op eerder onderzoek door derden, bijvoorbeeld adviseurs van opdrachtgevers of Rijksdienst. Zo moet elk te restaureren orgel in al zijn onderdelen onderzocht worden op wijzigingen die het in de loop van zijn bestaan heeft ondergaan – en dat is vrijwel altijd het geval. Soms moet een ànder orgel van dezelfde bouwer onderzocht worden om bepaalde bevindingen bevestigd te krijgen. In voorkomend geval moet archief- of literatuuronderzoek gedaan worden, bijvoorbeeld wanneer technisch onderzoek geen uitsluitsel geeft. Uiteraard is elke nieuwe uitkomst van invloed op het beoogde eindresultaat, en dat betekent dat de onderzoeksfase wel eens langer kan duren dan de feitelijke restauratie. Al met al kunnen we rustig stellen dat bij Orgelmakerij Reil niet alleen technisch en artistiek hoge eisen worden gesteld, maar dat er ook gewerkt wordt volgens wetenschappelijke normen.
 
Veel van dat langs wetenschappelijke weg verkregen inzicht was overigens in het verleden gemeengoed onder goede orgelmakers, maar is in de loop der tijd verloren gegaan. Vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw hebben de gebroeders Han en Albert Reil, door consequent onderzoek van oude orgels en door eigen experimenten en theorievorming, de basis gelegd voor hun latere succesvolle nieuwbouw- en restauratiepraktijk. Ze hebben alles onderzocht wat ze tegenkwamen, en dat is wat er bij Reil nog steeds gebeurt, want aan goed onderzoek komt nooit een eind. Misschien is het àllerbelangrijkste onderzoeksresultaat dat Reil heeft geboekt wel het inzicht geweest dat een orgel, niet anders dan een viool of een blokfluit, als één klinkend geheel moet worden beschouwd en dat de klank alles te maken heeft met de constructie en de onderlinge verhoudingen van àlle samenstellende delen. Het spreekt vanzelf dat dit inzicht niet in één keer is gekomen, maar langzaam is gegroeid uit een jarenlange praktijk. Hierna volgt een korte excursie langs elk van die samenstellende delen: kas, windladen, windvoorziening, klaviatuur, mechanieken en pijpwerk. Houdt u daarbij voor ogen dat, zéker bij een goed orgel, het geheel meer is dan de som der delen.