Nieuw Reil-orgel Berlijn-Charlottenburg
In de Evangelisch-Lutherse Luisenkirche van Berlijn-Charlottenburg werd 24 maart 2024 een nieuw Reil-orgel in gebruik genomen. Dit op laat-barokke leest geschoeide instrument vervangt een Walcker-orgel uit 1968 dat in Slowakije (Christkönigskirche in Malý Šariš) is herplaatst. Met de inwijding van het Reil-orgel kwam de langgekoesterde wens van de gemeente van de Luisenkirche tot vervulling om het monumentale gebouw uit 1716 (na verwoesting in WOII stilistisch herbouwd) te voorzien van een stilistisch passend instrument.
Uitgangspunt bij de bouw van dit orgel was de aansluiting bij orgels uit de school van de Duitse orgelbouwer Joachim Wagner (1690-1749). In samenwerking tussen de Luisenkirche met adviseur Prof. Michael Bernecker en Orgelmakerij Reil zijn met betrokkenen verschillende studiereizen ondernomen naar historische orgels van de Wagnerschool in Brandenburg. Bij het ontwerp van het Luisen-orgel zijn zowel klankeigenschappen als architectonische kenmerken van de Wagnerschool geïnterpreteerd naar de kerkruimte van de Luisenkirche.
Klankbeeld
Orgels in de Wagnerschool worden gekenmerkt door een ‘galant’ en draagkrachtig klankbeeld vanwege de aanwezigheid van relatief veel 8-voets registers. Daarnaast is er een kenmerkende tertsklank. In Charlottenburg zijn de klankbepalende principes geïnterpreteerd naar de akoestiek in de kerkzaal. Vanuit dat uitgangspunt is bijvoorbeeld de keuze gemaakt om de voor Wagner typische tertsklank niet in het Hoofdwerk toe te passen, maar met een Sesquialtera in het Positief terug te laten komen. Daarbij is allereerst ingezet op draagkracht en intensiteit van de klank in plaats van op volume. Kenmerkend is een zilverachtige glans in het klankbeeld.
Waar in de Wagnerschool de tongwerken vaak een eigen ‘Grand Jeu’ vormen, is voor de Luisenkirche uitgegaan van het principe dat alle stemmen met elkaar moeten kunnen versmelten. Zo kan de Trompet 8′ in het Hoofdwerk een Grand Jeu vormen met de Cornet, alsook uitstekend samensmelten met de overige labialen op het Hoofdwerk, en dan met name met de Mixtuur.
Vermeldenswaardig is de toepassing van de Oboe d’Amour, een mild en uitgesproken klinkend tongwerk dat solistisch gebruikt kan worden, maar zich ook uitstekend vermengt met andere achtvoetsregisters. De Oboe d’Amour werd eerder toegepast in Reil-orgels in Rosenheim (2009) en Ansbach (2007).
Teneinde een betere klankuitstraling te verkrijgen en het orgel zichtbaarder te maken in de kerkruimte is het verder naar voren geplaatst dan het Walcker-orgel stond.

Ontwerp
Het orgelfront is – zoals gebruikelijk in de Wagnerschool – breed opgezet. Bijzonder is dat het front toch tegenwicht biedt aan de horizontale werking van het kerkinterieur. Dit komt door opgaande lijnen en de herhaalde toepassing van trapeziumvormen. Doordat deze trapeziumvormen de lage lichtinval steeds op een andere manier weerkaatsen, staat het orgel ieder moment van de dag in ander licht en wordt dieptewerking versterkt.
Het ontwerp van het front sluit nauw aan bij de stilistische architectuur van de kerkruimte. De kleurstelling – ook van de blinderingen – staat in verbinding met de zilverachtige glans in de klank van het orgel.
Mechaniek
In aansluiting op het frontontwerp is het Positief in het midden van het orgel opgesteld. Het Hoofdwerk is aan beide zijden links en rechts daarvan gepositioneerd. In de ruimte achter de orgelkas zijn de pijpen van het Pedaal geplaatst. De klaviatuur met twee manualen is in het midden van de voorzijde geplaatst, wat zorgt voor korte tracturen die de speelaard ten goede komen.
Dispositie
Hauptwerk, Manual I
Principal 8′
Bordun 16′
Viola di Gamba 8′
Rohrflöte 8′
Octav 4′
Spitzflöte 4′
Quinta 3′
Octav 2′
Cornett 3f. (ab g)
Mixtur 4-5f.
Trompete 8′
Positiv, Manual II
Salicional 8′
Gedackt 8′
Quintadena 8′
Fugara 4′
Principal 4′
Flute travers 4′
Nassat 3′
Waldflöte 2′
Tertia 1 3/5′
Sesquialtera 2f.
Mixtur 3f.
Oboe d’Amour 8′
Pedal
Subbass 16′
Gemshorn 8′
Violon 8′
Quinta 6′
Octav 4′
Posaune 16′
Trompete 8′
.
.
Tremulant Manual II
Manualkoppel II – I
Koppel I – PED
Koppel II – PED
Cimbelstern
Nachtigal
Manuaalomvang: C-g3
Pedaalomvang: C-f1
Winddruk: 70mm WK
Toonhoogte: 440Hz bij 18 graden
Stemming: Bach-Kelner
Site: www.luisenorgel.de
