Reil (1967, II/P/16)
In 1988 is het orgel van de Protestantse kerk in Almen schoongemaakt. Daarbij werd de Scherp IV gewijzigd in een Sesquialter II.
In 2011 hebben wij groot onderhoud werkzaamheden verricht aan het orgel.
Reil (1990; II/P/12 (11))
Dit orgel hebben wij gemaakt voor de streekmuziekschool in Alphen aan den Rijn. In 2017 hebben wij het orgel opgehaald en is het orgel na het verrichten van enig onderhoud, verkocht aan een particulier in Monster.
Reil (1988, II/P/12)
In 1988 hebben wij dit huispijporgel gebouwd voor een particulier in Altfraunhofen, Duitsland.
Reil (1991, II/P/12)
Dit huispijporgel hebben wij in 1991 gebouwd voor een particulier in Wassenaar.
In 2004 is het orgel verkocht en overgeplaatst naar een particulier in Amerongen.
In 2005 hebben wij de Trompet 2' in het pedaal vervangen door een Trompet 4'.
Reil (1994, II/P/12)
In 1994 hebben wij dit orgel gebouwd voor VVL De Liefde in Amsterdam. In 2013 hebben wij dit orgel overgeplaatst naar de ontvangstzaal van De Boom in Amsterdam.
Reil (2012, II/P/5)
In 2012 hebben wij een nieuw orgel gebouwd voor het Orgelpark in Amsterdam. Het betreft een reconstructie van het Peter Gerritsz-orgel (1479) van de Nicolaikerk in Utrecht.
Het orgel is in opdracht van het Orgelpark vervaardigd, in nauwe samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het nieuwe instrument dient namelijk ook als voorstudie voor de door de RCE voorgenomen restauratie van het originele instrument. Het Utrechtse origineel zwijgt al sinds 1885 en is sinds het oorspronkelijke bouwjaar meerdere malen gewijzigd en vergroot. Desondanks bleef de oorspronkelijke aanleg uit 1479 voor een belangrijk deel bewaard. Het meest bijzondere onderdeel is de windlade van het Hoofdwerk. Het is een zeldzaam voorbeeld van een zogenaamd blokwerk. Bij een blokwerk zijn geen afzonderlijke registers aanwezig maar klinkt altijd een grote reeks pijpen tegelijk. Deze bouwwijze is typisch voor het middeleeuwse orgel. Van dit soort orgels is nergens anders ter wereld zo’n compleet voorbeeld te vinden. Een reconstructie van het Nicolaï-orgel bood dus een unieke kans om het middeleeuwse orgel uitgebreid te bestuderen en sinds eeuwen niet meer gehoorde klanken te doen herleven.
De bewaard gebleven delen zijn nauwgezet gekopieerd. Daarbij is op geen enkel detail afgeweken van het voorbeeld. De windlade en de mechanieken van het Hoofdwerk en een deel van de mechaniek van het Bovenwerk konden worden nagemaakt van het oorspronkelijke orgel. Van de oudste pijpen waren er slechts ongeveer 60 over. De overige honderden pijpen zijn gereconstrueerd op basis van de overgebleven pijpen, de gaten in de windlade en de pijproosters. Het blokwerk is 7-18 sterk. De onderste toon is een H-contra, dat wil zeggen een halve toon onder de voor orgels gangbare laagste toets C. De omvang is 42 tonen, de hoogste toets is f2, de Cis ontbreekt.
De windlade van het Bovenwerk werd al in 1547 door een andere vervangen. Uit sporen in de windlade van het Hoofdwerk en overblijfselen van de registermechaniek kon worden opgemaakt dat het Bovenwerk wel registreerbaar was. Naar 15de-eeuws gebruik kon een afzonderlijke prestantreeks, in die tijd Doof genoemd, worden bespeeld. De Doof is in de reconstructie een Prestant 8 die voor het grootste deel in het front staat. De pijpen zijn als elkaars spiegelbeeld opgehangen in zogenaamde spiegelvelden. De onderste pijp krijgt zijn wind uit de windlade en de bovenste pijp spreekt mee omdat deze pijp met zijn voet in de voet van de onderste pijp staat. In deze reconstructie is de Doof bij de laatste 6 tonen zelfs 3 sterk. Naast de Doof was er een zogenaamde Positie, een kleine versie van het blokwerk van het Hoofdwerk. Hoewel er geen tastbare overblijfselen zijn van een derde register was het in de late 15de eeuw niet ongebruikelijk dat er naast Doof en Positie nog een Cymbel aanwezig was. Deze is naar voorbeeld van een 15de eeuws tractaat gereconstrueerd. De Cymbel is 3 sterk en bevat een tertskoor.
Uit sporen in de oude orgelkas blijkt dat het orgel in 1479 al een pedaal had. De omvang van 11 tonen blijkt uit deze gaten. De pijpen van het Pedaal, in 15de eeuwse documenten vaak omschreven als ‘Bourdonnen’, staan buiten het orgel, achter de onderkas.
Van de originele windvoorziening bleef niets bewaard. Uit bouwsporen in de oude orgelkas kan worden afgeleid dat de balgen achter de windlade van het Hoofdwerk lagen en rechtstreeks in de windlade blazen. Het Bovenwerk krijgt zijn wind uit de windlade van het Hoofdwerk. De balgen zijn gemaakt naar voorbeeld van oude smidsbalgen. Ze worden met de hand bediend door middel van lange hefbomen. Een en ander is naar voorbeeld van oude afbeeldingen en bestaande smidsbalgen gemaakt.
Het orgel werd op 21 april 2012 in gebruik genomen.
Reil (1988, II/P/26)
In 1988 hebben wij een nieuw orgel gebouwd voor het Redeemer College in Ancaster (Canada). De ingebruikneming vond plaats op 13 februari 1988.
Johann Christoph Wiegleb (1738) - Reil (2007, III/P/47)
In 2004-2007 hebben wij het orgel in de St. Gumbertuskirche in Ansbach gereconstrueerd. Adviseur hierbij was Christoph Reinhold Morath. Op 17 juni 2007 is het orgel in gebruik genomen.
Reil (2003, II/P/14)
In 2003 hebben wij een nieuw orgel gebouwd voor de Jachtlaankerk in Apeldoorn. De ingebruikneming vond plaats op 9 april 2003.
Reil (1979, II/P/10)
In 1979 hebben wij een nieuw orgel gebouwd voor de Gereformeerde Kerk (De Aanloop) in Appelscha. In 2016 is dit gebouw gesloten en hebben wij het orgel overgeplaatst naar de voormalige Hervormde Kerk (Dorpskerk 'De Schutse') in Appelscha.
Reil (1948, II/P/11)
In 1948 bouwde Johann Reil een nieuw orgel voor de voormalige Gereformeerde Kerk in Arnemuiden. Dit orgel was het eerste geheel mechanische orgel van Johann Reil en raakte in 1953 ernstig beschadigd bij de Waternoodsramp in Zeeland en Zuid-Holland. Het orgel is in 1962 afgebroken.
Reil (1974, II/P/10
In 1974 hebben wij dit huispijporgel gebouwd voor een particulier in Borssele.
In 1989 is het orgel verkocht aan een particulier in Noordhorn.
In 2008 is het orgel verkocht aan een particulier in Deventer.
In 2017 is het orgel verkocht en overgeplaatst naar een particulier in Arnhem. Hierbij is een nieuw (loos) front geplaatst. De Sesquialter is als registertrekker aangebracht, in plaats van de bestaande schuif.












