• Anthonie Verbeeck (1627, II/p/19)

    De bouwer van het oorspronkelijke instrument uit 1627 is niet bekend, maar vermoedelijk was het Anthony Verbeeck. In 1692/1693 is het orgel uitgebreid met een nieuw rugpositief door Arp Schnitger. Ook de rest van het binnenwerk werd grotendeels vernieuwd. Schnitger maakte in 1712 nieuwe windladen, en hief het kort octaaf op. In 1773 voerde Hinsz een uitbreiding uit. Het front werd aangepast. Het orgel werd tevens verplaatst van het midden van de kerk naar de westmuur. Hinsz had het al sinds 1735 in onderhoud. In de negentiende en twintigste eeuw werden wel reparaties uitgevoerd, o.a. door Schnitger jr., Freytag, Van Oeckelen en Doornbos. Maar er werd niet veel gewijzigd. Wel heeft Van Oeckelen nieuwe frontpijpen geplaatst. Ook verving hij de vulstemmen van het hoofdwerk door romantische stemmen. In het begin van de twintigste eeuw dreigde het orgel gesloopt te worden, maar dat is door organist Carel Opten tegengehouden. In 1931 verving Doornbos de Octaaf 2' door een Voix Celeste 8', en de Dulciaan door een Clarinet. In 1993 is het instrument door Bakker & Timmenga gerestaureerd, waarbij de dispositie van 1774 is hersteld. De Salicionaal van Van Oeckelen werd vervangen door een Mixtuur. Ook de vulstemmen van het Rugwerk werden gereconstueerd. Adviseurs bij de werkzaamheden waren Aart van Beek en Onno Wiersma.

    Dit orgel is bij ons in regulier onderhoud.