
Omgang met monumenten
Een nieuw en goed orgel kan op een logische wijze onderhouden worden: het concept is duidelijk en onderhoud is daarmee goed ingekaderd. Met een historisch of anderszins monumentaal orgel kan dat anders liggen: er is dan een gerichte restauratie of reconstructie nodig.

Restauratie of reconstructie?
Restauratie
Wanneer het concept van een orgel duidelijk is, maar veel delen door de tand des tijds zijn aangetast, is restauratie nodig. Uitgangspunt daarbij – volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid – is dat behouden voor vernieuwen gaat: zo houden we bij een historisch orgel zoveel mogelijk historische onderdelen functioneel. Versleten onderdelen worden zorgvuldig hersteld en waar nodig nauwkeurig nagemaakt. Het resultaat is dat het orgel zoals het was, weer klinkt, alleen dan in goede staat. Een voorbeeld van zo’n restauratie is ons werk aan het Holtgräve-orgel in de Lebuinuskerk te Deventer. Daar werden in drie fasen de klank, de windvoorziening en de mechanieken nagezien en gerestaureerd.


Reconstructie
Bij sommige historische orgels is het concept niet zo duidelijk meer te herkennen. Denk bijvoorbeeld aan een achttiende-eeuws orgel dat in de twintigste eeuw is voorzien van een elektro-pneumatische tractuur of waaraan door de tijd heen verschillende keren intonatiewerk is verricht. Herstel van zo’n orgel is gericht op de reconstructie van het orgel zoals het op een bepaald moment van zijn geschiedenis was. Dit kan het oorspronkelijke moment van oplevering zijn, maar ook een later gegroeid moment. Zo is bij de reconstructie van het Bader-orgel (1643) in de Walburgiskerk in Zutphen uitgegaan van de ingrijpende wijzigingen van Timpe uit 1815. Een mooi voorbeeld van het reconstrueren van verschillende momenten in de geschiedenis van een orgel is ons werk aan het Hinsz-orgel (1744) van de Nicolaikerk in Appingedam. Naast de aanwezige negentiende-eeuwse windvoorziening van Van Oeckelen werd een windkanalisatie naar Hinsz gereconstrueerd. Het orgel kan nu naar keuze vanuit één van beide historische kanalisaties aangeblazen worden. Tot onze meest uitgesproken reconstructies hoort dat van het Wiegleb-orgel in Ansbach (1738).





Herintonatie
Bij groot onderhoud of restauraties is het niet gewenst de intonatie van het orgel te wijzigen: het concept ligt vast en eventuele intonatiewerkzaamheden zijn gericht op het aansluiten bij deze klank. Bij een reconstructie is intonatie van een ander belang. Op basis van onderzoek wordt bepaald welk klankbeeld het orgel in de bepaalde historische situatie moet hebben gehad. Herintonatie van het pijpwerk dient de klank weer terug te brengen bij dit historische concept. Daarbij worden uiteraard de regels en intonatietechnieken gebruikt die passen bij de tijd waaruit het klankbeeld dateert. Een mooi voorbeeld van reconstructie van de intonatie is te beluisteren in Harkstede, waar wij het pijpwerk van het Schnitger-orgel op originele en ambachtelijke wijze geheel hebben nagemaakt en geïntoneerd.

