
Houtbewerking
Het grootste deel van een orgel is vervaardigd uit hout. In onze streken gebruiken we daarvoor meestal eikenhout, maar ook grenen en andere houtsoorten worden gebruikt voor orgelkassen, mechaniek, windkanalisatie, windladen en houten orgelpijpen. Het hout dat bij Orgelmakerij Reil verwerkt wordt, selecteren wij als boomstammen. Nadat deze in de juiste maatvoeringen gezaagd zijn, laten wij ze vele jaren op natuurlijke wijze drogen in onze eigen houtopslag. Aan de markeringen op de kopse kant van de stam kunnen we zien in welk jaar welke stam gekocht is en of we deze al kunnen gebruiken. In onze orgelmakerij hebben we beschikking over een uitgebreide machinale. Veel werkzaamheden moeten echter handmatig gebeuren om het gewenste resultaat te kunnen bereiken.


“Aandacht is de basisvoorwaarde om tot kwaliteit te komen”







Wanneer de organist een toets indrukt, moet ergens in het orgel, achter of boven of opzij van de organist, een pijp of zelfs meerdere pijpen gaan spreken. Om dat mogelijk te maken, moet er een uiterst precies en (de grote kunst) een zo eenvoudig mogelijk mechanisme gemaakt worden. Tussen de toets en de orgelpijp bevinden zich draden, abstracten, wellen, tuimelaars en ventielen – allemaal perfect afgeregeld, zodat de aanslag van de organist soms meters verder in het orgel ook het aanspreken van de pijp beïnvloedt. Mechanieken moeten daarbij tegen een stootje kunnen en niet zomaar ontregeld raken. Voor een goed mechaniek zijn uiterst nauwkeurige tekeningen nodig. In onze orgelmakerij worden deze al sinds de jaren ’80 met computers gemaakt. Ook werken wij met uiterste precisie en met gebruikmaking van de juiste materialen om zo’n mechaniek te maken als ons voor ogen staat.
De klavieren zijn het meest zichtbare deel van het mechaniek: het is de plaats waar de organist het orgel bespeelt. Naast functionaliteit is daarom representatie en verfijnde afwerking van groot belang. Bij het vervaardigen van klaviatuur komen veel materialen en specialistische vaardigheden, die ook op andere plaatsen in het hele orgel van belang zijn, samen. Zo wordt gewerkt met allerlei bijzondere houtsoorten, been, leer, perkament, vilt en verschillende soorten metaal. Deze worden allemaal op verschillende manieren bewerkt om het juiste resultaat te bereiken: een klaviatuur met een toucher dat past bij het orgel en dat voldoet aan gestelde verwachtingen van betrokkenen. Dat geldt uiteraard ook voor een passend pedaalklavier.







Orgels zijn blaasinstrumenten. Om ze te laten spreken is wind nodig, die in de juiste hoeveelheden, met de juiste druk en langs de juiste wegen naar de pijpen geleid moet worden. De vervaardiging van een volledig windsysteem vereist vakmanschap en visie: de manier waarop de windvoorziening wordt vormgegeven, is van groot belang voor de klank van het orgel.
Orgelwind begint in de balgen, die door een windmotor of door balgentreders worden gevuld. Door precies het goede gewicht op de balg te leggen, wordt de juiste winddruk bepaald. De wind stroomt door windkanalen naar de windladen, die op verschillende plaatsen in het orgel (hoofdwerk, rugwerk, pedaal, e.d.) zijn opgesteld.
De windlade is het distributiecentrum voor orgelwind. De wind komt vanuit de windkanalen in de ventielkasten, waar evenveel ventielen zijn als toetsen op het orgel. Ieder ventiel opent de weg naar een cancel, een langwerpige open ruimte waarboven alle pijpen staan opgesteld die bij één toets horen. Door middel van registerslepen kunnen de boringen naar pijpen van verschillende registers, worden afgesloten of juist worden geopend. Als een registersleep geopend is en één of meer toetsen worden aangeslagen, krijgen de pijpen van dat register en van die toon wind: deze pijpen klinken.
Om de juiste klank te krijgen, wordt niets aan toeval of willekeur overgelaten. Alle maten van de windlade zijn met een bepaalde visie berekend, van de hoogte van de cancellen tot de breedte van de ventielen.






HOUTEN PIJPWERK
Hoewel we onze eigen pijpenmakerij hebben, worden ook in de houtbewerking orgelpijpen gemaakt. Houten pijpen worden gebruikt om waar gewenst een warmere, donkere en meer grondtonige of een specifieke uitgesproken klank te bereiken.
